Jaarrekening

Toelichting op de balans

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Wet Normering bezoldiging publieke en semipublieke sector (WNT)

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.

Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op een wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten 4 jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Waardering activa:

1 Vaste Activa

1.1 Immateriële vaste activa

Algemeen
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerd bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij dient de verkregen bijdrage als bate te worden verantwoord.

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio
Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven gedurende de restant looptijd van de betrokken geldlening.

Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief
De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief.

Bijdrage aan activa in eigendom van derden
Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage, verminderd met de afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

In de raadsvergadering van 29 november 2017 is de Financiële verordening 2018 vastgesteld. In deze financiële verordening is in de bijlage bij artikel 9 het afschrijvingsbeleid en de gehanteerde afschrijvingstermijnen ten aanzien van de vaste activa opgenomen.

1.2 Materiële vaste activa

Het BBV maakt onderscheid tussen:
- investeringen met een economisch nut;
- investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
- investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen met een economisch nut
Deze investeringen zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Ze worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs (verkrijgings- of vervaardigingsprijs), verminderd met eventuele bijdragen (subsidies) van derden (= bruto methode).

Over de investeringen wordt, rekening houdend met de verwachte economische gebruiksduur, volgens de lineaire methode afgeschreven, tenzij er tegenover de jaarlijkse kapitaallasten jaarlijks gelijkblijvende inkomsten staan ter dekking van de kapitaallasten; dan wordt op basis van gelijkblijvende annuïteit afgeschreven. Met afschrijven wordt begonnen in het eerste dienstjaar na ingebruikname van de investering. Vanaf dat moment vindt ook doorbelasting van de rente naar de exploitatie plaats. Aan investeringen met een economisch nut die groter zijn dan € 1.000.000 wordt rente toegerekend. De rente wordt achteraf toegerekend over de gemiddelde boekwaarde van dat jaar. Het renteomslagpercentage van het desbetreffende jaar wordt hierbij gehanteerd. Voor de afschrijvingstermijnen zie tabel op de volgende bladzijde.
Aan investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven die groter zijn dan € 1.000.000 wordt geen rente toegerekend. In het vastgestelde GRP wordt geen rente toegerekend aan deze projecten.

De voorziening woonwagens is een correctie op de boekwaarden woonruimten omdat deze te hoog zijn gewaardeerd op de balans.
De voorziening gemeentelijke eigendommen is eveneens een correctie op de boekwaarde van enkele gemeentelijke panden die op korte termijn verkocht gaan worden en waarbij de taxatiewaarde lager is dan de boekwaarde.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Deze investeringen zijn niet verhandelbaar en kunnen niet rendabel gemaakt worden. Voorbeelden hiervan zijn wegen, bruggen en openbaar groen. Deze investeringen worden, voor zover ze niet gedekt worden uit bijdragen van derden of reserves, geactiveerd tegen de historische kostprijs. Tot 1 januari 2017 gold een maximale afschrijvingstermijn van 15 jaar en was het toegestaan versneld af te schrijven.

Met ingang van 1 januari 2017 moeten alle investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2017 of later gereed komen, geactiveerd worden. Zij worden afgeschreven conform hun verwachte toekomstige gebruiksduur.

Door de invoering van de nieuwe systematiek blijven verschillen bestaan in de wijze waarop mag worden afgeschreven op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór 2017 zijn gedaan. Om inzicht te geven in het deel van de activa dat wel vergelijkbaar is qua systematiek is in het verloopoverzicht in de toelichting op de balans aangegeven welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek.

Wijze van afschrijving
De afschrijving is in principe lineair. Met afschrijven wordt begonnen het eerste dienstjaar na ingebruikname van de investering.

Afschrijvingstermijnen
Deze zijn als volgt te rubriceren:

periode van afschrijving

  (in jaren)

Materiële vaste activa
Erfpachtsgronden                                0
Gronden en terreinen                             0
Bedrijfsgebouwen en woonruimten                             40-50
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken economisch nut            5-60
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding
van de kosten een heffing kan worden geheven’                  1-60
Vervoermiddelen                              6-10
Machines, apparaten en installaties                        5-25
Overige materiële vaste activa                        3-30

Op 29 november 2017 is de 'Financiële verordening gemeente Tiel' door de raad vastgesteld. In deze verordening is een bijlage afschrijvingsbeleid opgenomen, die van toepassing is vanaf het boekjaar 2018.

1.3 Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, (overige) leningen u/g en (overige) uitzettingen zijn, tenzij anders vermeld, opgenomen tegen nominale waarde.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV's en BV's (kapitaalverstrekkingen aan deelnemeningen in de zin van BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden.

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV.

De verstrekte geldleningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde (verstrekte waarde verminderd met de aflossingen).

2 Vlottende activa

2.1 Voorraden

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd.
De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening), welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs worden daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen en is de werkelijk over vreemd vermogen betaalde rente over het boekjaar toegerekend. De rente is toegerekend over de boekwaarde van de grondexploitatie per 1 januari van het betreffende boekjaar.
Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de kosten en de opbrengsten winst worden genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:

1.         Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
2.         De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
3.         De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De magazijnvoorraden worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs/aanschafwaarde.

2.2 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korten dan één jaar

Vorderingen
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van geschatte inningskansen.

2.3 Liquide middelen en overlopende posten

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

3 Vaste passiva

3.1 Reserves

Het BBV kent een scherp onderscheid tussen reserves en voorzieningen. De raad kan aan een bepaalde reserve een bestemming geven. Binnen de reserves kan het volgende onderscheid gemaakt worden:
- algemene weerstandsreserve
- overige bestemmingsreserves.

Er wordt geen rente toegevoegd aan reserves.

3.2 Voorzieningen

Bij voorzieningen gaat het om (on)zekere verplichtingen die in de toekomst een schuld (kunnen) worden. Daarnaast kan een voorziening gevormd worden voor gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Daarnaast worden de van derden (niet zijnde Europese en Nederlandse overheids-lichamen) verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden (geoormerkte gelden) onder de voorzieningen opgenomen.

De commissie BBV heeft in november 2014 een geactualiseerde notitie riolering gepubliceerd met daarin een aantal stellige uitspraken ten aanzien van de verslaglegging.

De voorzieningen worden tegen nominale waarde gewaardeerd en er wordt geen rente aan toegevoegd. De voorzieningen dubieuze debiteuren, verliesvoorziening grondexploitatie en voorziening gemeentelijke eigendommen zijn direct in mindering gebracht op de betreffende activaposten, omdat dit een correctie op de waarde van de vlottende activa is.

Vaste schulden
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Borg- en garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten balanstelling het totaalbedrag van de gewaarborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.

Grondslagen resultaatbepaling
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

ga terug
Deze pagina is gebouwd op 07/01/2020 12:18:01 met de export van 06/30/2020 22:26:37